De nieuwe voetbalschoenen zijn binnen, de verwachtingen zijn hoog… maar zaterdag kunnen er maar elf beginnen.
Daar gaan we dan. De competitie staat voor de deur.
Nieuwe spelers zijn binnengehaald, nieuwe voetbalschoenen gekocht en bij hun aankondiging werden ze op de verschillende mediakanalen nog net niet persoonlijk naar de hemel geprezen. “Een geweldige versterking voor de selectie!”
“Precies het type speler dat we zochten!”
“Een absolute aanwinst voor ons team!”
Allemaal prachtig.
Maar dan komt het moment waarop de trainer daadwerkelijk aan het werk moet.
Wie staat er zaterdag in de basis?
Want de eerste klap is een daalder waard. Een overwinning in de eerste competitiewedstrijd geeft iedere club een enorme boost. Dus zullen de trainers waarschijnlijk hun beste elf opstellen.
En daar begint het interessante gedeelte.
De basiself bekendmaken is niet zo moeilijk. De elf die mogen beginnen, vinden je als trainer waarschijnlijk een geweldige kerel. Maar… wat vinden de andere spelers van je als trainer?
Niet gehaald voor de bank
Nieuwe spelers zijn meestal niet naar een club gekomen om lekker op de bank te zitten. En al helemaal niet om iedere week hun minuten te maken in het tweede elftal.
Vroeger was het allemaal wat overzichtelijker. Je had een A-selectie, een B-selectie en bij sommige clubs zelfs nog een derde elftal. Iedere speler wist dat hij iedere week opnieuw moest bewijzen dat hij bij de beste spelers hoorde.
Tegenwoordig is dat anders.
Veel clubs hebben geen tweede prestatieteam meer. En als er wel een tweede elftal is, bestaat dat steeds vaker uit een gezellig vriendenelftal.
En laten we daar vooral niet neerbuigend over doen.
Een goed en gezellig vriendenelftal is goud waard voor een vereniging.
Op trainingsavonden wordt er gelachen, na de wedstrijd blijft men hangen en de kantineomzet wordt soms moeiteloos hoger dan bij menig eerste elftal. Ook dat is verenigingsleven.
Maar voor de trainer van het eerste elftal blijft er één probleem bestaan:
Iedereen wil spelen.
Van 18 naar 22… of nog meer?
Na zaterdag krijgen we waarschijnlijk al snel een beeld van welke spelers afhaken of misschien zelfs helemaal stoppen.
Andere werkzaamheden. Blessures. Minder motivatie. Privézaken. Vakanties. Of misschien wel de simpele conclusie:
“Mijn trainer is niet eerlijk.”
Dat gaan we de komende maanden ongetwijfeld allemaal weer voorbij zien komen.
Veel clubs proberen zich daar inmiddels tegen te wapenen. Waar vroeger een selectie van achttien spelers als ideaal werd gezien, beginnen veel eerste elftallen tegenwoordig met 22 spelers of zelfs meer.
Ik begrijp dat wel.
Het voetbal staat bij veel spelers allang niet meer op de eerste plaats. Spelers worden enthousiast gemaakt om nog een jaartje door te gaan. “Je kunt best eens een training missen.”
“We hebben een grote groep.”
“Er is altijd wel iemand die kan invallen.”
Prima, zolang iedereen zich daar ook daadwerkelijk aan houdt.
Want wat gebeurt er als twaalf spelers besluiten hetzelfde festival te bezoeken?
Of als vijf spelers tegelijkertijd naar de wedstrijd van hun favoriete profclub willen?
En wat als er een goedkope vakantie geboekt kan worden precies op het moment dat de competitie weer begint?
Dan zit de trainer ineens met een selectie van 22 spelers… waarvan er op zaterdag misschien maar veertien beschikbaar zijn.
En dan klinkt het al snel:
“Trainertje, zoek het maar uit!”
Er kunnen er maar elf spelen
Toch moeten we positief blijven.
Een grote selectie betekent immers ook concurrentie. En concurrentie kan een team beter maken.
Maar uiteindelijk blijft de harde werkelijkheid bestaan:
Er kunnen er zaterdag maar elf beginnen.
En dus heeft de trainer na iedere opstelling een heleboel uit te leggen.
Het doel is om alle kikkers binnenboord te houden, maar dat is misschien wel één van de moeilijkste onderdelen van het trainersvak.
Want een goed zelfbeeld is niet altijd hetzelfde als een realistisch zelfbeeld.
Iedere speler ziet zichzelf natuurlijk graag als basisspeler. De één vindt dat hij onmisbaar is, de ander begrijpt werkelijk niet waarom hij op de bank zit en nummer drie denkt dat de trainer hem simpelweg niet begrijpt.
En ondertussen staat de trainer met zijn lijstje.
Elf namen.
De rest wacht.
Johan Cruijff had het al begrepen
Daarom moest ik de afgelopen dagen weer denken aan een uitspraak van Johan Cruijff.
Hij zei ooit:
“Ik heb altijd geprobeerd te streven naar een selectie van achttien spelers. Waarom achttien? Nou, dan zijn er meer blij met me dan er niet blij met me zijn.”
Een prachtige Cruijff-uitspraak, maar tegelijkertijd zit er ontzettend veel waarheid in.
Cruijff begreep de realiteit van een kleedkamer.
Want met achttien spelers zijn er op papier zeven die niet spelen. Met 22 zijn het er elf. En als je selectie nog groter wordt, wordt het probleem alleen maar groter.
Als trainer ben je dus regelmatig de brenger van slecht nieuws.
En slecht nieuws wordt zelden beter ontvangen wanneer je als speler vindt dat jij eigenlijk wél had moeten spelen.
De kunst van het simpel houden
Misschien is dat wel één van de redenen waarom de uitspraken van Cruijff nog steeds zo interessant zijn.
Hij probeerde voetbal vaak terug te brengen tot de essentie.
Niet moeilijker maken dan het is.
En misschien geldt dat ook voor een selectie.
Een kleinere groep spelers die iedere week aanwezig is, voor elkaar wil werken en accepteert dat je soms speelt en soms niet, kan uiteindelijk sterker zijn dan een enorme groep met allemaal goede voetballers die vooral met zichzelf bezig zijn.
Want een goede selectie gaat niet alleen over kwaliteit.
Het gaat over beschikbaarheid, vertrouwen, acceptatie en teamgeest.
De speler die zaterdag op de bank begint, maar tijdens de warming-up zijn basisspeler aanmoedigt, is net zo belangrijk als degene die aan de aftrap staat.
En de trainer die een speler eerlijk vertelt waarom hij niet speelt, doet misschien wel meer voor het team dan de trainer die iedereen maar tevreden probeert te houden.
Zaterdag begint het echte werk
Dus trainers: succes met jullie keuzes.
Succes met het opstellen van die elf.
En vooral… succes met de achttien, twintig, tweeëntwintig of misschien wel vijfentwintig spelers die vinden dat ze eigenlijk bij die elf horen.
Spelers: probeer ook eens naar het grotere plaatje te kijken.
Een seizoen duurt geen wedstrijd.
Vandaag ben je misschien twaalfde man, volgende week kan jouw moment komen. Een blessure, een schorsing, een vormdip of gewoon een andere wedstrijd vraagt weer om andere spelers.
Blijf beschikbaar. Blijf trainen. Blijf positief.
Want uiteindelijk draait voetbal niet alleen om de elf die beginnen.
Het draait om de groep die samen een seizoen probeert te maken.
En misschien is dat wel de mooiste Cruijff-les van allemaal:
Hou het simpel. Speel samen. En vergeet vooral niet waarom je ooit bent gaan voetballen.
Want zaterdag kunnen er maar elf spelen.
Maar een vereniging heeft uiteindelijk iedereen nodig.
En ik hoop en wens dat al mijn collega trainers een mooi seizoen tegemoet gaan en dat ze vooral blijven relativeren en gezondheid/gezin dikgedrukt op één hebben staan en laten staan!
Rib

