Er komt altijd een moment in het seizoen waarop de lijnen opnieuw worden gekalkt, de bierbanken weer in de kantine verschijnen en het bestuur ineens zinnen gebruikt als:
“We willen de club een nieuwe impuls geven.”
Of nog mooier:
“We zijn toe aan een frisse wind.”
Dat zijn van die zinnen waarvan iedere trainer weet: er waait helemaal niks fris meer. Er hangt alleen ergens achter het hoofdveld een gure tocht van vergaderingen, appgroepjes en koffiemomenten waarin al wekenlang voorzichtig aan de stoelpoten van de trainer wordt gezaagd.
Want zo gaat het vaak.
Niemand zegt het recht in je gezicht. Nee joh. Eerst krijg je complimenten.
“Fantastisch hoe je die jongens fit hebt gekregen.”
“Geweldig hoe rustig je blijft.”
“Echt knap wat je met deze selectie doet.”
En twee weken later staat dezelfde technische commissie met gevouwen armen te vertellen dat “de chemie ontbreekt”.
De chemie? Alsof je ineens scheikundeleraar bent geworden.
En dus komt die laatste wedstrijddag. De bloemen staan klaar. Een bos die eruitziet alsof hij onderweg bij het tankstation is gekocht. De voorzitter schuifelt naar voren met een speech die begint met:
“Het doet ons pijn…”
— terwijl hij zichtbaar opgelucht oogt dat hij eindelijk van die lastige WhatsApp-gesprekken af is.
De spelers klappen beleefd.
De supporters roepen nog één keer:
“Hé trainer, bedankt hè!”
En ergens achterin staat iemand van de technische commissie alvast enthousiast te praten met de nieuwe trainer.
Dat moet een vreemd gevoel zijn als trainer.
Je hebt een jaar lang regen, modder, blessures, zeurende ouders, scheidsrechters, grensrechters en spelers die “zeker komen trainen” maar vervolgens 4 x per jaar op vakantie zijn, overleefd…en uiteindelijk word je bedankt alsof je een tijdelijke vakkenvuller bij de supermarkt was.
Maar eerlijk is eerlijk: veel trainers herkennen dit spel.
Sterker nog, sommigen kunnen inmiddels aan de manier waarop de voorzitter koffie inschenkt al voelen dat hun contract niet verlengd gaat worden. En daarom vind ik dat het afscheid van een trainer soms nét iets eerlijker mag.
Trainers sta op, lees deze tip en neem dit ludieke afscheidskado mee die jij gaat uitreiken!
Geen standaard bos bloemen. Geen cadeaubon van de lokale sportzaak.
Nee.
Een zaag.
Netjes ingepakt. Mooie strik eromheen. Misschien zelfs gegraveerd.
En dan de trainer die tijdens zijn afscheid vriendelijk zegt:
“Graag wil ik speciaal enkele mensen bedanken voor hun onvermoeibare inzet achter de schermen. Zonder jullie was dit afscheid nooit mogelijk geweest.”
Kleine stilte.
“Willen de heren van de technische commissie even naar voren komen?”
Het publiek gniffelt al voorzichtig.
“Beste mannen… bedankt voor de fijne samenwerking, het vertrouwen en natuurlijk jullie vakmanschap in het zagen aan stoelpoten. Daarom dit symbolische cadeau.”
Papier eraf.
Een glimmende handzaag.
Applaus.
Gelach in de kantine.
Een paar rode hoofden van de bestuursleden.
En het mooiste is: iedereen begrijpt precies wat ermee bedoeld wordt, zonder dat er één onvertogen woord valt.
Dat is de kunst van voetbalhumor.
De glimlach met een steek onder water.
Want iedere trainer weet: ontslagen word je zelden op zaterdagmiddag. Dat gebeurt op dinsdagavond om 22:43 in een bestuurskamer met lauwe koffie en iemand die begint met:
“Het ligt niet persoonlijk…”
Terwijl het natuurlijk altijd persoonlijk is.
Misschien moeten we er gewoon een traditie van maken.
Zoals de schaal in de Eredivisie.
Zoals de derde helft.
Zoals de vrijwilliger die al dertig jaar dezelfde gehaktballen draait.
De Zaag van Verdienste.
Voor bewezen diensten in achterkamertjespolitiek.
En zeg nou zelf: hoeveel trainers zouden stiekem niet dolgraag zo’n cadeau willen uitdelen?
Nou, in die 30 jaar hoofdtrainerschap heb ik er ook nog wel één op mijn lijstje staan. Bij mij ging het niet om ontslag want ik had zelf als in december besloten om na 3 jaar te stoppen en was toe aan een nieuwe uitdaging. Het deed toen extra pijn om het bij mij eigen club gebeurde, zoiets slijt wel na 10 jaar, maar vergeten doe je het nooit!
Rib
