De Vier Heilige Eigenschappen van de Trainer door de ogen van de KNVB.

De Vier Heilige Eigenschappen van de Trainer door de ogen van de KNVB.

Sinds ik af en toe een column schrijf merk ik aan mijzelf dat ik op een andere manier tegen het nieuws aan kijk. Ik lees nu altijd op een manier omdat ik steeds weer op zoek ben naar een idee voor een column te schrijven of althans wat daarop lijkt! Zo las ik op de KNVB een artikel wat voor mij een mooie leidraad was.

Volgens de KNVB zijn er vier kwaliteiten die iedere succesvolle trainer-coach moet bezitten: structuur bieden, stimuleren, individueel aandacht geven en verantwoordelijkheid geven.

Klinkt overzichtelijk. Vier vinkjes. Alsof je een IKEA-kast in elkaar zet.

In de praktijk lijkt het trainersvak echter vaker op het in elkaar zetten van die kast zonder handleiding, met drie schroeven te weinig en een ouder die vraagt waarom zijn zoon niet in de basis staat.

Maar goed. Laten we ze eens langsgaan. Met liefde, humor en een kleine knipoog, dus neem het niet te serieus!


Structuur

Structuur betekent afspraken maken. Over op tijd komen, materialen, kleding en hoe we willen voetballen.

Op tijd komen blijft altijd een dingetje bij voetballers! Ik heb in die 30 jaar alles voorbij zien komen aan smoesjes! Verslapen, wekker niet gehoord, mijn vrouw had de auto meegenomen, file, werken, geen parkeermogelijkheid, moest nog tanken, moest nog pinnen of was rechtstreeks naar het complex van de tegenstander gereden terwijl wij thuis moesten voetballen!

Iedere club probeert zijn spelers te verwennen, lokken met mooie wedstrijdkleding voor de wedstrijd, training en kleding buiten de lijnen. Het kost de speler niets, ze hoeven het alleen maar aan te trekken. Nou gefeliciteerd!

“Trainer, mijn shirt zit in de was.””- “Trainer, ik ben mijn broek kwijt.” – “Trainer, ik wil gaten in mijn sokken knippen, heb je een schaar.” – “Trainer, ik wil Nike, Adidas en geen ander merk, dat trek ik niet aan.”

Structuur is belangrijk. Spelers willen duidelijkheid. Ouders trouwens ook. Die willen vooral duidelijkheid over het wisselbeleid. En over waarom hun kind “slechts” 47 minuten heeft gespeeld. Ouders die je voor de wedstrijd knuffelen en 45 min later een beuk willen geven als je hun kind wisselt. Daarom moet je maar hopen dat niet alle ouders komen kijken! Ik was altijd zo’n lul die zijn eigen kinderen als eerste eruit haalde. Soms vroegen ze het zelf al om van dat gezeik af te zijn in het kleedhok.

Maar eerlijk is eerlijk: zonder structuur wordt het chaos.


Stimuleren

Complimenten brengen het beste naar boven, zegt de KNVB. Dus roepen we:
“Top inzet!” – “Geweldige loopactie!” – “Fantastisch dat omschakelt!” Ik betrap mij erop dat ik dit nog steeds doe, nu ook op lager niveau maar ook als ik sta te kijken langs de lijn. Nog erger, ik doe het nog steeds ook bij het Walking Football! En ik ben het niet vaak met de KNVB eens maar hier hebben ze wel een punt! Niet napraten over een slechte bal! Waarom? Ik vind dat de eerstvolgende bal het belangrijkste is! Niet alleen als trainer maar ook als medespeler!

Ook al eindigt die geweldige loopactie in een schot dat de naastgelegen woningen waar ooit Bos en Duin stond onveilig maakt.

De kunst is niet alleen het doelpunt prijzen, maar de poging. Niet alleen de sterspeler zien, maar ook degene die drie tackles maakt en daarna z’n sokken recht trekt alsof hij de Champions Leaguefinale speelt.

Let wel: stimuleren is iets anders dan alles geweldig vinden. Er zit een subtiel verschil tussen positief coachen en doen alsof we bij een kleuteropvoering zitten waar iedereen een medaille krijgt.


Individuele aandacht

Iedere speler wil gezien worden.

De stille kracht.
De praatjesmaker.
De eeuwige geblesseerde.
De talentvolle maar grillige linksbuiten.

Als trainer ben je soms halve psycholoog. Je vraagt hoe het op school gaat, hoe het thuis is, waarom iemand stiller is dan normaal. En ondertussen probeer je ook nog een training te draaien met te veel spelers op een half veld! Het gaat al lang niet meer om spelers beter maken, maar uitdagen dat ze willen komen trainen. Dus hoe kietel je ze om te komen? Ik weet het wel, dat blijkt uit de statistieken!

En als ze komen trainen vind ik het normaal dat iedereen zodra hij de poort binnen loopt dat hij het gevoel heeft dat hij welkom is, dat hij zich veilig voelt en gewaardeerd.

Al moet je soms ook accepteren dat “Hoe gaat het?” wordt beantwoord met:
“Goed.” En daar moet je het dan maar mee doen.


Verantwoordelijkheid geven

De KNVB zegt: laat spelers zelf nadenken. Dus stel je een open vraag:
“Hoe kunnen we dit beter oplossen?”

Ik heb verschillende wedstrijdbesprekingen meegemaakt waar spelers hun zegje mochten doen. Sommige wisten nog geen eens of we thuis of uit moesten spelen, hahaha! Mooiste blijft dat we een uitwedstrijd hadden tegen SVMM! Ja, SVMM, nooit van gehoord, trainer zal wel SVM hebben bedoeld! Telefoon rinkelt; “Trainer waar zijn jullie, er is niemand nog”!

Spelhervattingen, eigen inbreng, besproken, tekening op het bord, spelers verantwoordelijk gemaakt! Laten we het simpel houden met de aftrap! Jeetje, 1tje had meer tijd tijdens deze afspraken om zijn tosti naar binnen te werken en had zijn naam niet gehoord. Aftrap, eindigde binnen 30 seconde in een corner tegen!


De Geblesseerde Speler

Een blessure is niet alleen fysiek. Het is ook mentaal. Van vaste basisspeler naar bankzitter. Van onderdeel van de groep naar toeschouwer met een kruk. De kunst is hem betrokken houden. Een appje sturen. Even bellen. Misschien een kaartje. Niet alleen de taak voor de staf maar ook voor de medespelers.

Maar ook eerlijk zijn. Het team begint ineens te draaien zonder de geblesseerde speler. En ja, dat doet pijn. Daar zit misschien wel de echte test van de trainer: menselijkheid boven tactiek.

En vergeet de privacy niet. Tegenwoordig mag je niet eens meer roepen “Hij heeft z’n kruisband afgescheurd” zonder dat je eerst drie formulieren tekent.


De Opstelling

En dan de opstelling. Formaties. Voorkeursposities. Rouleren. Speeltijd eerlijk verdelen. Volgens de KNVB moet je het thuis voorbereiden. Met magneetjes. Of bekertjes.

Dat is prachtig, tot je vijf minuten voor de wedstrijd hoort:
“Trainer, ik moet eerder weg.” Uitwedstrijd tegen HVC, met maar 12 man op pad en gaan de rust in met een 0-1 voorsprong! Hahaha, ik lach er nu om. “Ja sorry, kan maar 1 helft meedoen, ik ga naar carnaval in Breda”!

“Trainer, mijn enkel.” Speler stond niet op 10 maar op een andere plek op middenveld en moest nu meer meters maken. Begon zich voor de wedstrijd al in te dekken!

“Trainer, mijn vrouw heeft de auto en staat in de file. Ik ga het niet redden vandaag.”

“Trainer, lees ik in de app om 06.00 uur s ’morgens”. Ik ben ziek.” De hele club had hem op een feestavond gezien waar die met een stuk in zijn reet als een van de laatste probeerde op zijn fiets/scooter te klimmen”!

En dan sta je daar met je perfecte 1-4-3-3.

Iedereen voldoende speeltijd geven is een nobel streven. Maar het blijft balanceren tussen teambelang en individueel belang. En ergens daartussen zit altijd één speler die vindt dat hij structureel op de verkeerde positie staat.


Tot Slot

Trainer zijn is geen checklist. Het is geen stappenplan van 1 tot 15.

Het is mensenwerk. Improviseren. Luisteren. Lachend relativeren. Soms streng zijn. Soms een arm om iemand heen slaan. De KNVB heeft gelijk: structuur, stimuleren, aandacht en verantwoordelijkheid zijn prachtige uitgangspunten.

Maar de vijfde kwaliteit ontbreekt in het rijtje. Relativeringsvermogen. Want zonder dat overleef je geen seizoen.

Rib