Een kampioenschap win je niet alleen met goede voetballers, maar vooral met de juiste mentaliteit, teamgeest en de bereidheid om iedere dag iets extra’s voor elkaar te doen. Dat is de belangrijkste boodschap van trainer Poldervaart, die met Quick Boys een bijzondere prestatie neerzette door niet alleen een sterk elftal te bouwen, maar vooral een echte prestatiecultuur te creëren.
De belangrijkste hoogtepunten
1. Het collectief gaat boven het individu
Poldervaart ziet dat mensen steeds individualistischer worden. Juist daarom was hij onder de indruk van de selectie van Quick Boys. De spelers waren bereid hard voor elkaar te werken, verantwoordelijkheid te nemen en zichzelf ondergeschikt te maken aan het gezamenlijke doel. Die uitzonderlijke inzet vormde de basis voor het succes.
2. Karakter is minstens zo belangrijk als talent
Bij het samenstellen van de selectie keek Poldervaart niet alleen naar voetbalkwaliteiten. Ook de persoonlijkheid en mentaliteit van spelers waren doorslaggevend. Wie wil leren, hard wil werken en zijn verantwoordelijkheid neemt, kan volgens hem van grote waarde zijn. Een iets minder getalenteerde speler met de juiste instelling kan daardoor meer bijdragen dan een talentvolle speler zonder die mentaliteit.
3. Kampioenen moeten anderen beter maken
Bij de eerste bijeenkomst zette Poldervaart de spelers bewust bij elkaar op basis van hun kampioenschapservaring. De spelers die al kampioen waren geworden, moesten de nieuwe spelers meenemen in de werkwijze en de eisen die daarbij horen.
Zijn ambitie was duidelijk: geschiedenis schrijven door opnieuw kampioen te worden. Maar de belangrijkste vraag was niet alleen óf dat zou lukken, maar vooral welk gedrag iedere dag nodig was om die ambitie waar te maken.
4. Een High Performance Organisation: iedere dag beter worden
Samen met Harry Rusken ontwikkelde Poldervaart zijn visie op een zogenoemde High Performance Organisation (HPO). Daarbij draait alles om eigenaarschap, verantwoordelijkheid en voortdurende ontwikkeling.
Niet alleen de spelers, maar ook de staf en iedereen rondom het eerste elftal moet zijn bijdrage leveren. Het gaat niet om één goede wedstrijd, maar om een cultuur waarin iedereen dagelijks probeert beter te worden en keuzes maakt met het oog op de lange termijn.
5. Hard trainen is belangrijk, maar slim doseren ook
Poldervaart hanteert hoge standaarden, maar begrijpt dat topprestaties ook voldoende herstel vragen. Hij paste trainingen aan de fysieke en mentale belasting van de spelers aan en koos na zware wedstrijden soms bewust voor extra rust.
Zijn uitgangspunt: herstel is geen verloren tijd, maar een essentieel onderdeel van presteren. Wie voortdurend te veel vraagt, loopt uiteindelijk tegen zijn grenzen aan.
6. De trainer moet zelf het goede voorbeeld geven
Van spelers honderd procent inzet vragen, betekent volgens Poldervaart dat je diezelfde discipline ook van jezelf moet eisen. Hij wilde iedere dag dezelfde standaard neerzetten.
Het mooiste moment kwam toen de spelers elkaar steeds meer op die afspraken gingen aanspreken. De cultuur hoefde niet langer alleen door de trainer te worden bewaakt: de groep was er zelf verantwoordelijk voor geworden.
De mooiste conclusie
De grootste winst van Poldervaart was uiteindelijk misschien wel meer dan het kampioenschap. Hij bouwde aan een team waarin spelers verantwoordelijkheid namen, elkaar beter maakten en gezamenlijk de lat hoog legden.
Een kampioenschap is prachtig, maar een cultuur waarin iedereen iedere dag het beste uit zichzelf én uit elkaar wil halen, is misschien nog wel waardevoller.
En dat is ook een belangrijke les voor het amateurvoetbal: je hoeft niet altijd de beste spelers te hebben om samen iets bijzonders te bereiken. Met inzet, respect, verantwoordelijkheid en teamgeest kun je als groep veel verder komen dan je vooraf misschien had gedacht.
Artikel samengevat uit vakblad van VVON
