“Pech, dat krijg je bij een negatieve instelling. Geluk, dat krijg je bij een positieve instelling.”

“Pech, dat krijg je bij een negatieve instelling. Geluk, dat krijg je bij een positieve instelling.”
PECH OF GEWOON EEN NEGATIEVE INSTELLING?
In het amateurvoetbal zit geluk soms gewoon verstopt tussen de excuses

Toen ik die uitspraak hoorde, dacht ik meteen: daar zit wat in. Sterker nog: als je deze uitspraak loslaat op het lagere amateurvoetbal, kun je er waarschijnlijk een complete competitie mee verklaren. Want in het amateurvoetbal hebben we namelijk twee soorten mensen:

De pechvogel en de geluksvogel.

En het mooie is…ze spelen meestal in hetzelfde team.

De pechvogel

De pechvogel heeft altijd wat. Hij komt zaterdag aan op de club en nog voordat hij zijn voetbalschoenen heeft aangetrokken, is het eerste probleem al gesignaleerd. “Het veld is veel te droog of het veld is veel te nat. De bal is te hard of te zacht. De warming-up duurt te lang of de warming-up duurt te kort. Shit, we hebben die … scheidsrechter! En als de eerste bal verkeerd valt? “Zie je wel… vandaag zit alles tegen.” We kennen ze allemaal. Misschien ben jij het zelf wel?

De scheidsrechterkenner

Dan hebben we natuurlijk ook de man die al na 47 seconden precies weet wat voor scheidsrechter we vandaag hebben. “Die fluit voor alles.” Na drie minuten: “Hij fluit helemaal niks!” Na acht minuten: “Hij heeft iets tegen ons.” Na twintig minuten: “Die man is niet helemaal goed.” En na de wedstrijd: “Als die scheidsrechter normaal had gefloten, hadden we met 4-1 gewonnen.” Dat ze maar twee keer op doel hebben geschoten, vergeten we voor het gemak.

De speler die altijd pech heeft

Dan heb je nog de voetballer die werkelijk áltijd pech heeft. Hij raakt een bal verkeerd. “Pech.” Hij mist een kans. “Pech.” Hij geeft een verkeerde pass. “Pech.” Hij wordt gewisseld. “Pech.” Maar goed. Een week later maakt dezelfde speler een doelpunt dat via zijn knie, scheenbeen, hak en uiteindelijk de kont van een verdediger in het doel verdwijnt. Hij loopt naar de middencirkel alsof hij zojuist de Champions League-finale heeft beslist. “Ik voelde hem al aankomen.” Nee vriend. Dat voelde je niet. Dat was gewoon geluk. Maar hé… geluk moet je soms ook gewoon durven accepteren.

De kantinecoach

En dan hebben we natuurlijk de kantine. Daar wordt het positieve denken naar een compleet ander niveau getild. Vooral door de mannen die tijdens de wedstrijd nauwelijks iets hebben gezegd, maar na afloop ineens precies weten wat er fout ging. “Je had hoger moeten staan.” “Je had eerder moeten doorschuiven.” Je stond verkeerd.” “Die wissel snapte ik niet.” “We hadden gewoon 4-3-3 moeten spelen.” De betreffende kantinecoach heeft zelf die middag geen minuut gespeeld. Maar hij heeft wel twee kannen bier op! En dus heeft hij gelijk.

Positief denken werkt ook andersom

Het mooie is dat positieve mensen vaak dezelfde situatie totaal anders bekijken. Bal tegen de paal? “Volgende gaat erin!” Tegenstander scoort via een kluts? “Kan gebeuren.” Regen? “Lekker voetbalweer.” Wind? “Dan moeten we de bal laag houden.” Scheidsrechter maakt een fout? “Niet over zeuren, doorgaan.” 2-0 achter? “Er is nog tijd.” 4-0 achter? “Volgende week beter.” Ik heb dit mee gemaakt als coach bij Achterveld 1. We werden kampioen maar verloren ook wel eens een wedstrijd en daar was ik na afloop altijd even enorm ziek van. Maar ik heb daar van de spelers van Achterveld een belangrijke les geleerd. Relativeren na afloop en een biertje nemen. Nederlaag niet groter maken want losers hebben een excuus en winnaars hebben een plan. Kijk. Dat is nou een positieve instelling. Al wordt het bij 23-0 natuurlijk wel een beetje moeilijk om nog geloofwaardig te blijven.

En dan komt de spits…

Iedere amateurclub heeft er eentje. De spits die vier kansen nodig heeft om er eentje te maken. Na kans één: “Jammer.” Na kans twee: “Komt goed.” Na kans drie: “Volgende gaat erin.” En bij kans vier… GOAL! Hij draait zich om, spreidt zijn armen en kijkt naar zijn medespelers alsof hij zojuist een wereldrecord heeft verbroken. “Zie je wel!” Ja. We zien het. Je hebt er maar vier nodig gehad. Maar tóch heeft hij gescoord. En dat is het verschil tussen een negatieve en een positieve instelling. De negatieve spits denkt na dire missers: “Ik kan er niks van.” De positieve spits denkt: “Ik scoor toch wel”

De keeper heeft helemaal een moeilijke taak

Want als keeper kun je eigenlijk nooit winnen. Pak je drie onmogelijke ballen? “Daar is hij toch voor?” Laat je er eentje door? “Die had je kunnen hebben.” Krijg je een bal via de paal, de lat, een rug en vervolgens alsnog binnen? “Pech.” Maar de keeper zelf denkt: “Volgende week pak ik hem.” En misschien is dat precies de mentaliteit die je nodig hebt. Niet blijven hangen in wat er fout ging. Maar denken: volgende bal.

Want dat is amateurvoetbal

Ze zijn geen profs. Ze trainen twee keer per week als het meezit. Ze werken overdag. Ze hebben gezinnen. Ze hebben pijntjes waarvan niemand precies weet waar ze vandaan komen. De één heeft last van zijn knie. De ander van zijn hamstring. Een derde heeft vooral last van het feit dat hij eigenlijk geen zin had om te trainen. Maar op zaterdag staan ze er. Soms met elf. Soms met twaalf. En als het echt tegenzit met tien en een half. Toch gaan ze het veld op. En dan begint het. De eerste pass mislukt. De scheidsrechter maakt een fout. De tegenstander scoort. Iemand roept: “Dit wordt niks!” En precies op dat moment heb je een keuze. Ga je mee in de negativiteit? Of zeg je: “Kom op mannen. Volgende bal!”

Misschien is dát wel geluk

Want geluk is niet altijd een bal die via drie spelers toevallig voor je voeten valt. Geluk kan ook zijn dat je met een positieve instelling blijft voetballen. Dat je na een fout je kop omhoog houdt. Dat je een medespeler niet afbrandt, maar zegt: “Geeft niks, volgende keer beter.” Dat je na een nederlaag samen de kantine in gaat. Dat je dinsdagavond weer op het trainingsveld staat. En dat je na een slechte wedstrijd tóch denkt: “Zaterdag pakken we ze.”

Dus mannen…

Laten we eens stoppen met overal pech in te zien. Niet iedere nederlaag komt door de scheidsrechter. Niet iedere slechte pass komt door het veld. Niet iedere gemiste kans komt door de bal. En niet iedere trainer heeft iets tegen jou. Soms gaat er gewoon iets mis. Dat heet voetbal. Maar hoe je daarna reageert, heb je wél zelf in de hand. Want in het amateurvoetbal is soms het verschil tussen pech en geluk gewoon…de manier waarop je het verhaal na afloop vertelt. En verhalen? Die blijven hangen.

En doe ik alles goed, zeker niet, daar staat ook geen leeftijd voor! Ik baal ook wel eens van mij zelf maar daarom is het goed om dit weer eens door te lezen! Positiviteit begint bij jezelf, vooral als je niet tegen je verlies kan! Nu ik dit lees, mag ik zelf ook wel weer een paar stappen maken!

Rib