Je slaapt genoeg. Je eet redelijk gezond. Je probeert af en toe te bewegen en misschien sta je zelfs meerdere keren per week op het voetbalveld. Toch heb je soms het gevoel dat je batterij al halverwege de dag in het rood staat.
Herkenbaar?
Dan is het misschien te makkelijk om alleen naar je nachtrust te wijzen. Zeker in de voetbalwereld zijn er namelijk genoeg andere plekken waar energie langzaam maar zeker kan weglekken. En nee, dat komt niet alleen door die zware training op dinsdagavond of die wedstrijd op zaterdag.
Ook mentale, emotionele, sociale en sensorische vermoeidheid kunnen ervoor zorgen dat je je compleet leeg voelt.
De voetbaltrainer die nooit echt vrij is
Neem de gemiddelde voetbaltrainer.
Training voorbereiden. Opstelling maken. Appjes beantwoorden. Blessures bespreken. Rekening houden met spelers die niet tevreden zijn. Ouders, bestuurders, assistenten, leiders en supporters hebben soms ook nog een mening.
En dan is er natuurlijk de wedstrijd.
Negentig minuten langs de lijn waarin je hoofd nauwelijks stilstaat.
Waarom staat hij daar?
Waarom loopt hij niet mee?
Moet ik nu wisselen?
Zeg ik er iets van of laat ik het lopen?
Wat zal die speler denken als ik hem weer op de bank laat beginnen?
De wedstrijd is afgelopen, maar voor veel trainers begint het dan pas echt. De nabespreking. De appjes. De beelden. De voorbereiding op de volgende training.
De trainer gaat naar huis, maar zijn hoofd blijft soms nog uren op het sportpark hangen.
Dat is mentale vermoeidheid.
Ook spelers kunnen volledig leeglopen
Maar het geldt natuurlijk niet alleen voor trainers.
Een voetballer kan fysiek nog prima in orde zijn, maar toch mentaal of emotioneel leeg op het veld staan.
Misschien loopt het op het werk niet lekker. Misschien is er thuis van alles aan de hand. Of misschien zit iemand op de bank en probeert hij al wekenlang zijn frustratie weg te slikken.
Want ja, ook dat kost energie.
De speler die zegt: “Nee hoor trainer, alles goed” terwijl hij eigenlijk behoorlijk teleurgesteld is, kan ondertussen meer energie kwijt zijn aan het onderdrukken van zijn emoties dan aan de training zelf.
En dan verwachten we op zaterdag wel even dat hij negentig minuten lang scherp, positief en vol energie is.
Zo werkt het natuurlijk niet altijd.
De kleedkamer: energiegever of energieslurper?
Een goede kleedkamer kan goud waard zijn.
Samen lachen. Een beetje ouwehoeren. Elkaar scherp houden. Na afloop nog even napraten. Voor veel voetballers is dat juist een manier om op te laden.
Maar een team kan ook energie kosten.
Gedoe. Groepjes. Irritaties. Spelers die voortdurend klagen. Een trainer die elke training op zijn tenen moet lopen. Of een elftal waarin iedereen vooral met zichzelf bezig is.
Dan kost een avondje voetbal soms meer energie dan het oplevert.
En dat is eigenlijk best bijzonder.
Je gaat naar de club om te ontspannen, te sporten en plezier te maken, maar komt thuis alsof je net een vergadering van vier uur achter de rug hebt.
Altijd ‘aan’ staan
Misschien wel het grootste energielek van deze tijd: altijd bereikbaar zijn.
De voetbaltrainer van vroeger had zijn trainingsavond en zijn wedstrijddag. Daarna ging hij naar huis.
De trainer van nu?
WhatsApp.
“Trainer, speel ik zaterdag?”
“Trainer, ik ben misschien iets later.”
“Trainer, waarom speel ik niet?”
En voor je het weet ben je op donderdagavond om half elf nog bezig met de opstelling van zaterdag.
Ook spelers ontkomen er niet aan. De teamapp gaat de hele dag door. Foto’s, filmpjes, grappen, discussies en natuurlijk de eeuwige vraag wie er zaterdag niet kan.
Het lijkt allemaal onschuldig, maar je hoofd krijgt nauwelijks rust.
Misschien is het soms helemaal niet zo’n slecht idee om die groepsapp gewoon even op stil te zetten.
Ja, echt. Ook die van het voetbal.
Prikkels genoeg langs de lijn
Voetbal is bovendien een sport vol prikkels.
Fluitjes. Geschreeuw. Muziek. Supporters. Trainers. Teamgenoten. Tegenstanders. Een scheidsrechter waar iedereen iets van vindt.
Vooral op zaterdag kan je hoofd behoorlijk wat te verwerken krijgen.
Een speler die een drukke werkweek achter de rug heeft en vervolgens op een lawaaiig sportpark staat, hoeft niet per se fysiek moe te zijn om toch minder scherp te presteren.
Soms is de tank gewoon al halfleeg voordat de warming-up begint.
En dat geldt misschien nog wel meer voor trainers en leiders die voortdurend overal op moeten letten.
Rust nemen is niet hetzelfde als niks doen
Rust betekent niet automatisch op de bank liggen en naar het plafond staren.
Voor de één is herstel een rustige wandeling. Voor de ander een rondje fietsen. Of juist een avond zonder telefoon.
En soms laad je op van iets waar je totaal niet aan voetbal denkt.
Want laten we eerlijk zijn: niet iedere trainer hoeft op zondagavond alweer naar beelden van de komende tegenstander te kijken.
En niet iedere speler hoeft na de wedstrijd direct alle reacties op sociale media te lezen.
Af en toe mag voetbal gewoon even… niet bestaan.
Morgen is er weer een dag.
En geloof het of niet: de tegenstander speelt dan nog steeds gewoon 4-3-3.
Wat kun je als voetballer of trainer doen?
Een paar simpele vragen kunnen al helpen:
- Waar krijg ik energie van binnen het voetbal?
- Welke situaties kosten mij opvallend veel energie?
- Met welke mensen laad ik op en van wie word ik vooral moe?
- Ben ik ook buiten trainingen en wedstrijden nog voortdurend met voetbal bezig?
- Gun ik mezelf voldoende momenten waarop mijn hoofd nergens over hoeft na te denken?
Misschien ontdek je dan dat je niet zozeer moe bent van het trainen of voetballen zelf.
Misschien ben je moe van alles eromheen.
Van het regelen.
Van het piekeren.
Van het pleasen.
Van het altijd beschikbaar zijn.
Van het constant reageren.
Ook trainers moeten af en toe gewisseld worden
In het voetbal praten we veel over herstel.
Cooling-down. Rustdagen. Belastbaarheid. Spierpijn. Wedstrijdritme.
Maar hoe vaak hebben we het eigenlijk over het herstel van het hoofd?
Misschien zou een trainer zichzelf soms ook gewoon moeten wisselen.
Niet letterlijk natuurlijk. Al zijn er na sommige wedstrijden waarschijnlijk genoeg supporters die daar anders over denken…
Maar wel even afstand nemen.
Telefoon weg.
Geen voetbalpraat.
Geen appjes.
Geen opstelling.
Geen analyse.
Gewoon even opladen.
Want een trainer of speler met een volle batterij ziet meer, reageert beter en beleeft uiteindelijk ook meer plezier aan het spelletje.
Wanneer moet je vermoeidheid serieus nemen?
Iedereen is weleens moe. Na een drukke werkweek, een zware wedstrijd of een paar korte nachten is dat niet zo vreemd.
Maar blijf je wekenlang moe terwijl je voldoende slaapt en herstelt, dan is het verstandig om niet alles af te schuiven op drukte of voetbal. Aanhoudende vermoeidheid kan ook lichamelijke oorzaken hebben. Bespreek dit dan met je huisarts.
Want soms lekt je energie weg door stress, prikkels of een hoofd dat nooit stilstaat.
Maar soms is er meer aan de hand.
Tot slot
Voetbal geeft energie.
Tenminste… dat zou het moeten doen.
Natuurlijk kost een training energie. Natuurlijk ben je na negentig minuten moe. Maar als het voetbal je structureel meer leegtrekt dan oplaadt, is het misschien tijd om eens te kijken waar jouw energie precies weglekt.
Misschien ligt het niet aan je conditie.
Misschien niet aan je leeftijd.
En misschien zelfs niet aan die zware training van de trainer.
Misschien moet je batterij gewoon op een andere manier worden opgeladen.
En soms begint herstel niet met meer slapen, maar met even minder moeten.
Treenertrib.nl – omdat voetbal niet alleen in je benen zit, maar soms ook behoorlijk tussen je oren kan gaan zitten.

