De competitie is nog niet eens afgelopen of het jaarlijkse amateurvoetbalcircus draait alweer op volle toeren.
Terwijl sommige clubs nog vechten voor het kampioenschap, anderen proberen nacompetitie veilig te stellen en een paar ploegen met samengeknepen billen naar beneden kijken, verschijnen daar ineens de eerste foto’s op social media.
Daar staat-ie hoor.
Jouw linksbuiten.
Breed glimlachend.
Nieuw trainingspakje aan.
Arm om een technisch manager die hij drie weken geleden nog niet kende.
Hashtag: “zin in het nieuwe avontuur”.
Alsof de huidige competitie inmiddels bijzaak is geworden.
En ineens vallen alle puzzelstukjes op hun plek.
Dat “extra trainen” ergens anders.
Dat mysterieuze appje na de training.
Dat gesprek “waar niks achter gezocht moest worden”.
Natuurlijk joh.
Ondertussen zijn clubs allang bezig met hun favoriete hobby: schuiven met poppetjes.
Want laten we eerlijk zijn: het amateurvoetbal roept altijd dat het om visie, beleid en bouwen gaat, maar in april verandert iedere bestuurskamer gewoon in een soort voetbalversie van Marktplaats.
“Heb jij nog een spits?”
“Wat doet die rechtsback van jullie?”
“Kan die keeper ook op dinsdag?”
“Hoeveel bier drinkt-ie na afloop?”
En straks hoor je overal weer dezelfde prachtige teksten:
“We zijn bezig met een nieuw project.”
“We willen bouwen.”
“We kiezen voor ontwikkeling.”
Bouwen?
Met spelers die het clublogo vorige week nog verkeerd uitspraken? Met jongens die bij hun presentatie eerst vragen waar de kantine zit?
Noem het gewoon wat het is.
Selecteren.
Schuiven.
Handelen met voetbalschoenen aan.
En het mooiste blijft misschien nog wel het woord betalen. Dat blijft in amateurvoetbal nog altijd ingewikkelder dan buitenspel uitleggen aan een grensrechter van 74.
Dan heet het ineens:
- een stukje waardering,
- een onkostenvergoeding,
- een sportief plan,
- een tankpas,
- een kledingregeling,
- een “klein extraatje”.
Kom op zeg.
Iedereen weet inmiddels hoe het werkt. En daar is op zichzelf ook niks mis mee. Amateurvoetbal is allang niet meer alleen een gehaktbal en een kratje bier na afloop.
Maar stop dan ook met het toneelstuk alsof iedereen puur voor het logo speelt.
Want terwijl de foto’s met nieuwe shirts vrolijk rondgaan, moeten sommige spelers ondertussen nog gewoon een seizoen afmaken bij hun huidige club.
Nog punten pakken.
Nog erin blijven.
Nog kampioen worden.
Nog ergens voor strijden.
Alleen lijkt het hoofd van sommigen al ergens anders in de kleedkamer te hangen.
En dan komt altijd dat prachtige woord weer langs: clubliefde.
Alsof clubliefde tegenwoordig betekent:
“Beschikbaar totdat er ergens anders iets leukers voorbij komt.”
Want dat is misschien wel het grootste verschil met vroeger.
Vroeger bleef een elftal jaren bij elkaar. Iedereen kende de club. Wist wie de kantinedienst draaide. Wist waarom er op dinsdag getraind werd en waarom die ene vrijwilliger al twintig jaar dezelfde gehaktballen stond te draaien.
Nu wisselt de halve selectie sneller van club dan van voetbaltas.
Traditie maakt langzaam plaats voor tijdelijke oplossingen.
Binding wordt ingeruild voor beschikbaarheid.
En identiteit? Die zie je niet terug op Transfermarkt of Instagram-posts met vuur-emoji’s.
Het mooiste blijft nog altijd die zogenaamde “sportieve stap omhoog”.
Want laten we eerlijk blijven.
Volgend seizoen sta je gewoon weer:
- op een nat bijveld,
- kwart voor drie,
- tegen een ploeg waar de grensrechter al tijdens de warming-up boos is,
- met een scheidsrechter die conditie technisch vooral de middencirkel bewaakt.
Na afloop drink je weer bier uit dezelfde plastic beker. Hoor je dezelfde sterke verhalen. Zit je weer aan dezelfde tafel.
Alleen draag je een ander shirt.
En weet je?
Daar is helemaal niks mis mee.
Iedereen mag kiezen voor een nieuwe club, een nieuwe uitdaging of een paar euro extra in de tankpas-portemonnee.
Maar bespaar ons dan die prachtige verhalen over eeuwige clubliefde.
Want echte clubliefde laat je niet zien op een presentatie-foto in mei.
Die laat je zien in april.
Als het schuurt.
Als het pijn doet.
Als er nog écht iets op het spel staat.
Clubliefde.
Amahula.
Te mooi om er niets mee te doen en gelezen op Utrechts voetbal en omstreken

