Sommige dingen in het voetbal had je vroeger simpelweg niet kunnen bedenken. Dat je op je 67e nog in een tenue zou staan. Dat je warming-up serieuzer is dan je pensioenplanning. En dat de derde helft nog steeds net zo belangrijk is als de eerste twee. En toch gebeurt het. Elke week weer.
Walking Football. Het klinkt als een grap, maar het is bloedserieus. Nou ja, serieus… met een knipoog dan. Want er wordt gelachen, geouwehoerd en af en toe stevig gediscussieerd of iets nou echt “rennen” was of gewoon enthousiast doorstappen. Maar boven alles: er wordt gevoetbald. Door mannen – en soms vrouwen – die gemiddeld tussen de 65 en 81 jaar oud zijn. Een leeftijd waarvan je tien, vijftien jaar geleden nog dacht: dan zit je vooral op een stoel.
Niet dus.
Hier wordt nog gepasst, vrijgelopen, gemopperd op de scheids (die het ook niet altijd makkelijk heeft) en gejuicht om een doelpunt alsof het de winnende in een finale is. Alleen gaat het allemaal een tandje rustiger. Geen slidings, geen sprintduels, maar wel dezelfde liefde voor het spel. Misschien zelfs nog wel puurder dan vroeger.
Want waar het ooit begon om winnen, gaat het nu om iets groters.
Samen zijn.
Je merkt het in alles. In de kleedkamer, waar verhalen steeds sterker worden naarmate de jaren verstrijken. Op het veld, waar iemand altijd nog even wordt aangespeeld, ook al staat hij niet helemaal vrij. In de kantine, waar de derde helft zich uitstrekt tot ver na de laatste slok koffie of het eerste biertje.
Er ontstaan nieuwe vriendschappen. Hechte banden. Mannen die elkaar misschien pas een paar jaar kennen, maar inmiddels meer van elkaar weten dan sommige oude vrienden. Er wordt lief en leed gedeeld. Over vroeger, over thuis, over gezondheid. Want ja, dat hoort er ook bij.
Hoe ouder je wordt, hoe vaker het leven zich van een andere kant laat zien.
Je staat ineens vaker stil bij verlies. Je merkt dat de agenda verandert. Minder bruiloften, meer afscheid. Minder discotheek, meer apotheek. Het zijn geen makkelijke constateringen, maar wel eerlijke.
En juist daarom is dat uurtje op het veld zo waardevol.
Want daar zijn ze er nog gewoon. Even geen zorgen, geen ziekenhuisbezoeken of moeilijke gesprekken. Maar gewoon een bal, een paar medespelers en dat vertrouwde gevoel van samen iets doen. Samen lachen. Samen klagen dat het veld “wel erg groot lijkt vandaag”.
Totdat ineens die ene plek leeg blijft.
Een stem die je gewend was te horen, valt stil. Een grap die altijd op hetzelfde moment kwam, blijft uit. En dan besef je pas echt hoe bijzonder het was. Hoe belangrijk die momenten samen zijn geweest.
Dit is dan ook geen gewone column. Dit is er eentje met respect.
Voor de mannen die er nog elke week staan, soms met een lichaam dat niet altijd meer wil, maar met een hart dat nog altijd voor voetbal klopt. Voor de spelers die knokken voor hun gezondheid en er alles aan doen om er weer bij te zijn. En zeker ook voor degenen die we moeten missen. Die ooit gewoon meededen, lachten, speelden – en nu alleen nog in de verhalen en herinneringen voortleven.
Walking Football is geen bijzaak. Het is geen afbouw. Het is, misschien wel meer dan ooit, de kern van waar voetbal om draait.
Verbinden.
En zolang er nog gelachen wordt op het veld, een bal rondgaat en na afloop de verhalen blijven komen, zijn ze er eigenlijk nog een beetje bij.
Zoals het hoort.
Rib