“Eemboys” – Klein Duimpje op sportpark Ter Eem!

“Eemboys” – Klein Duimpje op sportpark Ter Eem!

Toen ik onlangs het krantenartikel las over de herinrichting van sportpark Ter Eem, bekroop mij direct een oud en ongemakkelijk gevoel. Het gevoel van Klein Duimpje tegen de rest. Alsof de kleinste club opnieuw moet slikken terwijl de grotere broers bepalen hoe de toekomst eruitziet.

Eemboys raakt het veld kwijt dat tientallen jaren het kloppend hart van de club was. Het veld pal voor de kantine, waar wedstrijden niet alleen werden gespeeld maar ook werden beleefd. Waar supporters langs de lijn stonden, waar na afloop werd nagepraat en waar de bar draaide. Want laten we eerlijk zijn: zonder wedstrijden geen kantine-inkomsten, en zonder kantine geen clubgevoel.

Mijn gedachten gingen terug naar mijn eigen tijd als trainer van Eemboys. Ook toen leek het soms alsof de club voortdurend tegen de stroom in moest roeien. Het “eigen” veld had geen verlichting, geen kunstgras en veranderde na een paar flinke regenbuien steevast in een onbespeelbare vlakte. Wedstrijden werden afgelast, alternatieven waren er nauwelijks en dus liepen inkomsten mis.

Doordeweeks weken we uit naar een grasveld een paar honderd meter verderop. Slechte verlichting, een matig veld en als het weer tegenzat kon daar óók niet worden gespeeld. Materiaal? Dat sleepten we zelf mee. Verplaatsbare doelen, ballen, alles. En soms, heel soms, hadden we geluk. Wanneer alle velden eruit lagen, mochten we achter aansluiten op de gezamenlijke kunstgrasvelden van TOV en SV Baarn.

Aanvangstijd: 20.30 uur. In de hoop dat de teams vóór ons een beetje op tijd klaar waren en niet nog “even hun partijtje wilden afmaken”. En dan maar duimen dat er kleine doeltjes beschikbaar waren. Overigens had niemand nog een warming-up nodig — de wandeling van Eemboys naar die velden was al bijna een kilometer.

Toch hoor je mij niet alleen klagen. Want wie Eemboys kent, weet dat het veel meer is dan een voetbalclub. Het is een warme, sociale vereniging waar geld verdienen nooit belangrijker was dan mensen zich welkom laten voelen. Tegenstanders bleven er graag hangen en spraken vaak hun bewondering uit voor de vriendelijke prijzen aan de bar.

De zusters Blok — en vele anderen — verstonden de kunst om een sfeer te creëren die je tegenwoordig nog maar zelden tegenkomt: huiselijk, open en gemoedelijk. Ik zie het nog zo voor me. Na afloop stond er een krat bier op tafel. Wilde iemand liever een colaatje? Dan werd zonder gedoe een flesje omgeruild. Geen gemaar, geen gezeur. Gewoon normaal doen tegen elkaar.

En nu? Nu speelt de club straks honderden meters verwijderd van het eigen clubhuis. Bezoekers van tegenstanders duiken logischerwijs de dichtstbijzijnde kantine in — die van een andere vereniging. Zo draai je langzaam maar zeker de kraan dicht van een club. Het is geen besluit met directe gevolgen, maar wel één dat op termijn voelbaar wordt.

Laatst zag ik Eemboys 2 nog spelen tegen SEC 3. Een fris elftal, sportief, gedisciplineerd en met zichtbaar plezier. Precies het soort team dat laat zien dat de club springlevend is en toekomst heeft.

Daarom vraag ik me hardop af: moet dit echt zo? Kan de gemeente niet zeggen: er komt elders op het sportpark een nieuw grasveld voor algemeen gebruik, maar op dinsdag- en donderdagavond en op zaterdag is het gewoon het thuis van Eemboys 1 en 2? Zet er een kantine neer van vergelijkbare omvang, vier kleedkamers erbij — probleem opgelost.

Want uiteindelijk gaat het niet alleen om een veld. Het gaat om identiteit. Om bestaansrecht. Om een club die, ondanks haar bescheiden omvang, al jaren van betekenis is voor haar leden en voor Baarn.

Eemboys mag dan klein zijn, maar verdient net als iedere andere vereniging een eerlijke plek op het sportpark.

Laten we hopen dat Klein Duimpje niet opnieuw wordt weggedrukt — maar eindelijk de ruimte krijgt om te groeien.

Rib