Harry Hamstra Jr. (Cobu boys) “Nog altijd genieten op zijn bijna 41 ste”

Harry Hamstra Jr. (Cobu boys) “Nog altijd genieten op zijn bijna 41 ste”

Sommige spelers worden ouder, maar lijken nooit echt te verouderen. Harry Hamstra Jr. is er zo één. Op 40-jarige leeftijd staat hij nog altijd zijn mannetje in een eerste elftal. Wie hem ziet spelen, herkent het meteen: rust aan de bal, spelinzicht en dat ogenschijnlijke gemak dat alleen echte liefhebbers bezitten. Voetbal stroomt bovendien door zijn aderen. Zijn vader maakte naam in het amateurvoetbal, onder meer als speler van Sparta Nijkerk en later als trainer bij Spakenburg. Maar wie is Harry zelf, buiten die witte lijnen?

De mens achter de voetballer

Buiten het veld is Harry vooral vader van twee jonge zoons, Damiàn (5) en Dylan (3), die steeds meer interesse krijgen in het spel dat hun vader al een leven lang bezighoudt. “Ik hoop dat ze het leuk gaan vinden, maar ik ben er niet zo van om ze een richting op te pushen,” vertelt hij. “Dat is bij mij vroeger wel een beetje gebeurd.” Hij ziet nu al verschillen: de oudste robuust en meer het type van opa, de jongste wat meer vergelijkbaar met hemzelf.

De geboren en getogen Nijkerker woont nog altijd in zijn vertrouwde omgeving en geniet daar volop van. Een uitstapje naar Amersfoort Vathorst beviel uitstekend, maar praktische redenen brachten hem terug naar zijn roots. In het dagelijks leven werkt hij inmiddels al negen jaar als projectmanager bij House of Covebo. Daarvoor was hij buurtsportcoach in de periode dat hij bij SDC Putten en Sparta Nijkerk op hoog niveau speelde. “Na mijn dertigste was voetbal niet meer prioriteit nummer één en ben ik me meer op mijn maatschappelijke carrière gaan richten.”

Wie denkt dat zijn leven alleen om werk en voetbal draait, heeft het mis. Je kunt Harry gerust wakker maken voor een warm bad of een avond in de jacuzzi, liefst met goed gezelschap, een drankje of een goed boek. Maar het liefst beleeft hij avonturen met zijn zoons. Hoe vrienden en familie hem omschrijven? Dat hangt er een beetje vanaf wie je het vraagt. Zijn moeder noemt hem een goedzak, licht ontvlambaar en soms wat makkelijk; zijn zusje houdt het op lief, gestoord en een echte knuffelbeer.

De voetbalreis

Hoewel hij niet uit een klassiek voetbalfamilie komt, was de passie van zijn vader allesbepalend. “Voor hem was voetbal veruit de belangrijkste bijzaak in het leven. Ik moest en zou gaan voetballen. Elke zondag stond ik al op het Spartaveld om te trainen, zodat ik een voorsprong zou hebben als ik op mijn zesde mocht beginnen.”

Zijn eerste stappen zette hij bij Veensche Boys en later SDC Putten, clubs die hem vormden als speler én als mens. “Warme verenigingen waar je je meteen thuis voelt. Ik was razendsnel, tweebenig en had een enorme werkmentaliteit. Ik had er alles voor over om op zaterdag in de basis te staan.”

Daarna volgde een langere periode bij Sparta Nijkerk, waar hij leerde wat het betekent om op echt hoog niveau te trainen. Hij speelde samen met spelers die “ver boven mijn niveau lagen”, zoals Niels Buitenhuis, Stefan Frederiksen en Tarik Tissoudali. Het was soms lastig wanneer speeltijd niet vanzelfsprekend was, maar juist daar groeide hij.

Na een heupblessure volgden nog jaren bij Veensche Boys en VVZ’49. Even leek zijn actieve carrière voorbij toen hij in een vriendenteam speelde en werd benaderd als assistent-trainer. Maar zoals hij zelf zegt: het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Inmiddels is hij bezig aan zijn tweede seizoen bij Cobu Boys.

Ook zijn positie veranderde met de jaren. Waar hij vroeger het liefst als linksbuiten of tweede spits speelde, staat hij nu graag centraal achterin of als verdedigende middenvelder. “Op mijn leeftijd is het wel handig om het spel voor je te hebben en te kunnen inschatten wat er gebeurt.”

Een paling, een stift en een omroepbericht

Aan mooie momenten geen gebrek, maar één wedstrijd tovert nog altijd een brede glimlach op zijn gezicht. Als speler van SDC Putten was hij te laat voor een uitwedstrijd tegen IJsselmeervogels en belandde hij op de bank. Uit onvrede haalde hij in de rust een broodje paling en zalm bij de viskraam. Na een stevige woordenwisseling met de trainer mocht hij alsnog invallen bij een 1-0 achterstand.

“Met de paling nog net achter mijn kiezen werd ik diep gestuurd door Mark Dijs en stifte ik de 1-1 over Dennis van der Steen.” Alsof het zo moest zijn, bleef het daarbij. Het verhaal kreeg nog een mooi staartje: zijn vader was trainer bij Spakenburg en op het complex werd omgeroepen dat de zoon van de trainer de buren punten had gekost.

Fit op 40

Wat is het geheim achter zijn lange carrière? “Ik ben altijd enorm fit geweest en heb veel gesport. Mijn fysiek is nog prima op orde en ik heb dit seizoen nog geen wedstrijd gemist door blessures.” Toch merkt hij dat wendbaarheid en snelheid langzaam terrein prijsgeven. Hij is realistisch: als het niet meer gaat, mag de trainer hem zonder pardon naar de kant halen. “Dan kom ik rustig naast hem zitten.”

Statistieken zijn voor hem minder belangrijk geworden. Waar het vroeger misschien om doelpunten en assists draaide, ziet hij nu vooral de waarde van het collectief.

De invloed van zijn vader

De rol van zijn vader in zijn loopbaan valt moeilijk te overschatten. Motivator, stimulator en soms ook degene die hem tot het uiterste dreef. Op zijn zeventiende haalde zijn vader hem naar Veensche Boys toen hij bij Sparta weinig kansen kreeg. Het resultaat: negen doelpunten in de eerste zeven wedstrijden en een vaste basisplaats.

De belangrijkste les die hij meekreeg? “Sta altijd klaar voor de belangrijkste mensen om je heen.” Daarnaast bewondert hij de manier waarop zijn vader teams smeedde. Hij vertelt met zichtbaar plezier het verhaal van Henri van Ramshorst, die niet kon trainen omdat zijn kippenschuur ontruimd moest worden. De hele A-selectie hielp een nacht lang kippen ruimen, waarna Henri zaterdag gewoon meespeelde en er werd gewonnen. “Dat soort dingen maak je tegenwoordig bijna niet meer mee.”

Hoewel mensen misschien verwachtten dat hij in dezelfde voetsporen zou treden, koos Harry altijd zijn eigen pad. “Ik doe wat mij gelukkig maakt. Als dat overeenkomt met wat mijn vader deed, is dat mooi meegenomen.”

Generaties in de kleedkamer

Na al die jaren heeft hij meerdere generaties zien komen en gaan. Volgens hem is het verschil met vroeger niet los te zien van een veranderende maatschappij. “Wij hadden er alles voor over om het maximale uit onze carrière te halen en keken echt op tegen ervaren spelers. Het teamgevoel had een andere lading.”

Tegelijkertijd bewondert hij de huidige jeugd om hun zelfstandigheid en het lef om hun eigen pad te kiezen. Alleen botst dat soms met het idee van teamsport. “There is no I in team.”

Zijn rol is daardoor vanzelf verschoven. Niet alleen teamgenoot, maar ook mentor. “Ik kan jongens continu helpen met positionering, loopacties en hoe we het in teamverband moeten doen. Dat is ook een reden dat ik weer ben gaan voetballen.”

Het ideale elftal

Als hij een droomelftal mag samenstellen met oud-teamgenoten, ontstaat er een indrukwekkend rijtje namen. Niels Buitenhuis noemt hij de beste speler met wie hij ooit op het veld stond. Voor Cees van Domselaar heeft hij misschien wel het grootste respect. En spelers als Ivo te Velthuis en Friso Doornhof? “Dat zijn de jongens die elk team nodig heeft, met een ongekende mentaliteit en volledig in dienst van het teambelang.”

Zelf kwam hij het best tot zijn recht in een ploeg die compact speelde en vanuit de omschakeling toesloeg — het spel lezen, ruimte herkennen en toeslaan op het juiste moment.

Keeper; Khalid Benlahsen (SDCP)

Verdediging: Marcel Kamphuis (SDCP), Cees van Domselaar (Veensche Boys), Richard Rademaker(Sparta Nijkerk)

Middenveld: Jos Bouw (Veensche Boys), Niels Buitenhuis(Sparta Nijkerk), Stefan Frederiksen(Sparta Nijkerk), Wim van den Bosch(Veensche Boys)

Aanval: Tarik Tissoudali (Sparta Nijkerk), Albert van Nijhuis (Sparta Nijkerk), Karim El Kaddouri (Sparta Nijkerk)

De toekomst lonkt voorzichtig

Het moment van stoppen nadert, beseft hij. Hij denkt er steeds vaker over na. Een trainerscarrière zoals zijn vader die had? Voorlopig ziet hij dat nog niet direct gebeuren, al is hij wel bezig met zijn eerste diploma’s. Mocht het zover komen, dan zou hij zichzelf zien als een combinatie van people manager en motivator — iemand met een duidelijke visie, maar ook wendbaar genoeg om zich aan te passen aan de groep.

Wat hij vooral wil meegeven aan de volgende generatie is simpel: “Geniet er zo lang mogelijk van, want als het niet meer kan, is het te laat. Eigenlijk net als in het echte leven.”

Trots en plezier

Waar hij het meest trots op is? Niet op prijzen of statistieken, maar op het feit dat hij het overal naar zijn zin heeft gehad. “Het was en is nog steeds gewoon leuk.”

En zolang dat gevoel blijft, is het antwoord op de belangrijkste vraag vanzelfsprekend. De trainingen worden zwaarder, zeker in de winter, maar zaterdag blijft heilig.

Zaterdag is nog altijd de mooiste dag van de week.

Bedankt Harry Jr, ik blijf je volgen!

Rib