Het seizoen loopt langzaam ten einde. Voor sommige clubs betekent dat feest, succes en vooruitgang. Voor andere clubs is het juist een periode van zorgen en onzekerheid. Trainers stoppen, kaderleden haken af, vrijwilligers geven aan dat ze het rustiger aan willen doen. En juist daar zit de kern van het probleem én de oplossing.
Een voetbalclub draait niet op spelers alleen. Een club draait op vrijwilligers, bestuursleden, trainers, begeleiders, verzorgers en grensrechters. Zonder hen is er geen club. Toch zie je in de amateurwereld vaak paniek ontstaan zodra spelers vertrekken. Persoonlijk vind ik dat de prioriteiten dan verkeerd liggen. Zorg eerst dat het kader op orde is, dat vrijwilligers zich gewaardeerd voelen en dat de club een stabiele basis heeft. Spelers komen en gaan, maar zonder organisatie is er geen voetbal.
Het onderwerp betalen in het amateurvoetbal blijft gevoelig. Iedere club moet daarin zijn eigen visie volgen. Ik ben persoonlijk geen voorstander van het betalen van spelers, maar ik veroordeel clubs niet die daar anders over denken. Wat mij betreft zouden juist vrijwilligers meer waardering mogen krijgen. Zij zijn immers de ruggengraat van de club. Maar ik besef ook: dit is een discussie die nooit zwart-wit is.
Het moderne voetbal laat zien dat veel goede spelers geen zin meer hebben in de verplichtingen van selectievoetbal. Ze kiezen voor vrijheid, lagere teams, trainen wanneer het uitkomt. Bij thuiswedstrijden is de kleedkamer vol, maar bij uitwedstrijden op zaterdagmiddag blijkt het ineens lastig om een team op de been te krijgen. Misschien ben ik ouderwets, maar ik blijf het moeilijk te begrijpen vinden dat je je team in de steek laat voor een weekendje weg of een wedstrijd van je favoriete profclub.
Tegelijkertijd weet ik: tijden veranderen, en soms moet je leren loslaten. Toch blijft één realiteit overeind: als spelers vertrekken uit een 1ste elftal, moeten plekken in het eerste elftal worden opgevuld. En als er vanuit lagere teams weinig animo is en de jeugdafdeling te klein is of niet aanwezig, staat een club voor een enorme uitdaging.
Daarom wil ik een oproep doen aan alle clubs in ons dorp: zie elkaar niet als concurrenten, maar als partners. Clubs waar het nu goed gaat, moeten niet neerbuigend kijken naar clubs waar het moeilijker loopt. Iedere club komt vroeg of laat in zwaar weer terecht. We hebben in Soest gezien hoe clubs op hoog niveau speelden en daarna terugzakten. Dat doet pijn, maar juist clubs met rust, visie en een sterke jeugd laten zien dat herstel mogelijk is. Daar mogen we respect voor hebben.
Samenwerking betekent niet dat je elkaars spelers wegtrekt. Zeker niet in een klein dorp waar we elkaar nodig hebben, samen evenementen organiseren, gezamenlijke wedstrijden spelen en als voetbalvrienden met elkaar optrekken. Echte samenwerking begint met vertrouwen en bescheidenheid.
Waarom zouden clubs elkaar niet helpen zoals dat vroeger ook gebeurde? Denk aan het uitlenen van spelers om teams compleet te maken, gezamenlijke trainingen, of gecombineerde teams in bepaalde categorieën. In het damesvoetbal is dit al vaker gedaan. Waarom zou dat in het seniorenvoetbal niet kunnen? Is dat naïef? Of juist de toekomst?
Clubs moeten elkaar niet als bedreiging zien, maar als dorpsgenoten die hetzelfde doel hebben: voetbal mogelijk maken voor iedereen. Laat het succes uit het verleden los en kijk vooruit. Een opwaartse spiraal duurt nooit eeuwig. En als het minder gaat, laten we elkaar dan niet zwart maken. Pessimisme werkt aanstekelijk, maar enthousiasme gelukkig ook.
Ik gun alle clubs het beste. Mijn hele leven loop ik rond bij SEC, heb mooie jaren gehad bij Hees 1, mijn kinderen hebben genoten bij SEC en Soest, speelden bij Hees, ik heb een fijne tijd gehad bij Vliegdorp en hoop dat mijn kleinzoon daar ooit ook zal voetballen. Dat is wat voetbal in een dorp betekent: verbondenheid, herinneringen en toekomst.
Laten we die toekomst samen vormgeven. Niet door elkaar tegen te werken, maar door elkaar te versterken. Concrete ideeën om elkaar te helpen (zonder spelers weg te kapen).
Waarom kunnen clubs elkaar niet helpen en spelers aan elkaar uitlenen?
Waarom kunnen spelers uit lagere teams geen proeftrainingen doen bij een andere club uit ons dorp om te kijken of ze daar wel in een eerste elftal kunnen gaan spelen?
Waarvoor kunnen keepers uit ons Dorp niet eens in de zoveel tijd een gezamenlijke keeperstraining doen?
Waarom kan er geen technisch Dorps Overleg plaats vinden tussen de clubs uit ons Dorp?
Ik denk dat het regelmatig overleg tussen besturen over problemen, kansen en samenwerking een start kan zijn om de binding en het vertrouwen in elkaar te verhogen!
Ach een column is vaak met een knipoog, schiet mij niet van de fiets als je mij tegenkomt!
“Ik hoop dat we in Soest meer de hand naar elkaar uitsteken, samenwerken en elkaar helpen groeien, want samen kom je verder dan alleen.”
Rib