Column Rib: De voetbaljungle: als de punten uitblijven, zoeken we een schuldige!

Column Rib: De voetbaljungle: als de punten uitblijven, zoeken we een schuldige!

Van de top tot de kelderklasse: iedereen wil winnen, maar wie blijft er naast je staan als het even tegenzit?

Door Rib | Treenertrib.nl

Als ik op maandagmorgen de kranten opensla en de voetbalstanden bekijk, gaan mijn gedachten niet alleen uit naar de clubs die bovenaan staan. Nee, mijn blik gaat juist naar de ploegen die een magere start van het seizoen beleven.

Eemdijk staat op 8-4, Hoogland op 7-4, Woudenberg op 4-1, BFC op 4-1, Loosdrecht op 3-0, Laren op 4-0, SVM op 3-1, HVC op 4-2 en mijn eigen club SEC op 4-1.

Dan vraag ik mij als ex-trainer meteen af: hoe zal het daar dinsdagavond zijn? Wordt er nog gezellig koffiegedronken? Wordt er gelachen in de bestuurskamer? Of hangt er inmiddels zo’n sfeertje waarbij iedereen naar elkaar kijkt, maar niemand meer iets durft te zeggen?

Want één ding weet ik zeker: als de punten uitblijven, wordt het soms een heel ander spelletje dan alleen die negentig minuten op zaterdag.

De voetbaljungle is weer geopend!

Voetbal is prachtig. Het brengt mensen samen, zorgt voor vriendschappen, geeft dorpen kleur en laat supporters juichen alsof ze zelf die bal achter de keeper hebben geschoten.

Maar voetbal heeft ook een andere kant. Een kant die vooral zichtbaar wordt als het niet loopt.

De eerste nederlagen zijn gevallen, de ranglijst ziet er minder gezellig uit dan gehoopt en de supporters beginnen zich af te vragen waar het misgaat. Eerst is er nog begrip. Ach, het seizoen is pas net begonnen. Nieuwe spelers moeten wennen, blessures spelen mee en het geluk zit ook niet altijd aan de goede kant.

Maar na een paar weken verandert soms de toon.

De trainer krijgt de volle laag. Het bestuur zou er niets van begrijpen. De spelers missen de juiste mentaliteit en de wissels waren natuurlijk weer verkeerd. En als de buurman ook nog eens lekker draait, wordt het helemaal gezellig.

Nou ja, gezellig voor de buurman dan!

Want in de voetbaljungle geldt soms maar één regel: zolang je wint, ben je een held. Zodra je verliest, moet je uitleggen waarom je eigenlijk nog op die stoel zit.

De trainerscarrousel draait alweer!

Het seizoen is nog jong, maar de eerste trainers zijn alweer opgestapt of bedankt. Van de top tot de kelderklasse: ook daar maakt de voetbaljungle geen onderscheid.

Bij Spakenburg, maar ook bij clubs als Musketiers en Voorwaarts, zien we dat de trainerspositie niet altijd een rustig plekje is.

Iedere situatie heeft natuurlijk haar eigen verhaal en haar eigen redenen. Die moet je niet allemaal over één kam scheren. Soms komen een trainer en een club er samen achter dat het niet meer werkt. Soms zijn de verwachtingen te hoog en soms is er gewoon geen goede klik meer.

Dat kan gebeuren.

Maar als ex-trainer gaan mijn gedachten op zo’n moment wel uit naar de collega’s die ermee te maken krijgen. Want ik weet hoeveel tijd, energie en plezier men in een ploeg stopt. Ze bedenken trainingen, maken opstellingen, proberen spelers beter te maken en moeten vaak koppen tellen.

En dan kan het zomaar gebeuren dat je op dinsdag onderwerp van gesprek bent in de kantine. Niet omdat iemand vraagt hoe het met je gaat, maar omdat iedereen ineens weet hoe jij het allemaal anders had moeten doen.

Vanaf de zijlijn is het tenslotte heerlijk coachen. Je hoeft geen training voor te bereiden, geen geblesseerde spelers op te lappen en geen lastige gesprekken te voeren. Je hoeft alleen maar te roepen dat het allemaal anders moet.

Dat scheelt een hoop werk!

De zondebok is snel gevonden

Wat mij soms het meest verbaast, is hoe snel mensen een schuldige zoeken. Verliest een ploeg drie keer achter elkaar? Dan ligt het natuurlijk aan de trainer. Of aan het bestuur. Of aan die ene speler die volgens sommigen geen bal goed raakt. Alsof voetbal zo eenvoudig is.

Natuurlijk mag er kritiek zijn. Sterker nog, een vereniging wordt niet beter als iedereen elkaar alleen maar naar de mond praat. Een trainer moet naar zijn eigen aanpak durven kijken. Spelers moeten eerlijk zijn over hun prestaties en een bestuur moet verantwoordelijkheid nemen voor gemaakte keuzes. Maar er is een groot verschil tussen kritiek en stemmingmakerij.

Kritiek probeert een probleem op te lossen. Stemmingmakerij probeert iemand de schuld te geven.

Een opmerking in de kantine wordt een verhaal in een appgroep. Een gerucht wordt doorverteld en voor je het weet, weet iedereen precies hoe het zit. Tenminste, dat denkt iedereen. Want meestal heeft niemand het hele verhaal gehoord.

Er wordt steeds minder mét elkaar gepraat en steeds meer óver elkaar. En dat is voor een voetbalclub misschien nog wel gevaarlijker dan een paar nederlagen achter elkaar. Want van een nederlaag kun je herstellen. Maar als het vertrouwen binnen een vereniging verdwijnt, wordt het een heel ander verhaal.

Een dorpsgenoot verliezen? Dat smaakt soms nóg lekkerder!

En dan hebben we nog de onderlinge strijd binnen de velen dorpen. Een derby, een beetje plagen in de kantine en dinsdag nog even terugkomen op die gemiste kans. Heerlijk toch? Dat hoort bij voetbal. Een beetje rivaliteit maakt het spelletje juist leuk. Maar soms lijkt het erop dat mensen meer plezier beleven aan het verlies van een ander dan aan de winst van hun eigen club. Gaat het bij de buurman slecht? Dan komen de verhalen vanzelf.

“Moet je kijken waar ze nu staan!”

“Ze hadden toch zulke grote plannen?”

“Die trainer zou het allemaal wel even regelen!”

En ondertussen is de eigen club misschien ook drie punten kwijtgeraakt, maar dat vergeten we voor het gemak even. Zolang de buurman er slechter voor staat, valt het allemaal nog wel mee. Een beetje leedvermaak hoort bij sport. Daar hoeven we niet schijnheilig over te doen. Maar wanneer het plezier in het falen van een ander groter wordt dan het plezier in je eigen club, zijn we volgens mij wel een beetje de weg kwijt.

Want laten we eerlijk zijn: de meeste dorpsclubs hebben met dezelfde problemen te maken. Vrijwilligers zijn moeilijk te vinden, spelers maken keuzes, trainers steken hun vrije avonden in het voetbal en bestuursleden proberen met beperkte middelen de boel draaiende te houden.

Vandaag ligt de buurman onder vuur. Morgen kan jouw eigen club aan de beurt zijn.

En geloof me, in een dorp zijn de lijntjes kort. De grap die je vandaag maakt, kan morgen zomaar over jouw eigen club gaan.

Mijn hart ligt bij de trainer die het moeilijk heeft

Misschien komt het doordat ik zelf trainer ben geweest, maar iedere maandag denk ik aan de collega’s die onderin staan. Ik gun ze een overwinning. Gewoon, omdat ik weet wat zo’n overwinning kan doen. Een gewonnen wedstrijd lost niet ineens alle problemen op. Maar het geeft lucht. Er wordt weer gelachen, spelers krijgen vertrouwen en de trainer kan met iets meer plezier naar de volgende training.

Daarom gun ik de trainers van Eemdijk, Hoogland, Woudenberg, BFC, Loosdrecht, Laren, SVM, HVC en mijn eigen SEC vooral dat het kwartje eens de goede kant op valt. Niet omdat ze zielig zijn, maar omdat ik weet dat er achter iedere trainer een mens zit die zijn best doet.

Maar laten we niet vergeten dat een trainer zelden in zijn eentje verantwoordelijk is voor alles wat er binnen een vereniging gebeurt. Voetbal is een teamsport. Dat geldt niet alleen voor de elf spelers op het veld, maar ook voor iedereen eromheen.

Wat kun je doen als jouw club in de hoek zit waar de klappen vallen?

Mijn advies aan clubs die minder goed zijn begonnen, is eigenlijk heel simpel.

Blijf rustig en laat je niet gek maken.

Praat met elkaar in plaats van over elkaar. Heb je kritiek op de trainer? Ga het gesprek aan. Vind je dat het bestuur iets anders moet aanpakken? Maak dat bespreekbaar. En als je als speler vindt dat het beter moet, begin dan eens bij jezelf. Niet ieder gerucht verdient een reactie. Niet iedere opmerking hoef je recht te zetten en niet iedereen hoeft het met je eens te zijn.

Blijf vooral achter elkaar staan wanneer het tegenzit. Dat betekent niet dat alles goedgepraat moet worden. Het betekent dat je samen naar oplossingen zoekt, zonder elkaar bij de eerste tegenslag af te schrijven.

En voor de supporters geldt hetzelfde. Natuurlijk mag je balen van een nederlaag. Natuurlijk mag je vinden dat het anders moet. Maar vergeet niet dat er mensen op het veld en langs de lijn staan die zich iedere week inzetten voor jouw club. Een beetje steun kan soms meer opleveren dan tien minuten mopperen aan de bar.

Voetbal is meer dan de ranglijst

Ik ben gek op voetbal. Op de verhalen, de emoties, de vrijwilligers, de trainers en de mensen die zich iedere week inzetten voor hun vereniging. Juist daarom vind ik het jammer als negativiteit de overhand krijgt.

Een voetbalvereniging is geen bedrijf het is een club met mensen. Mensen die fouten maken, soms verkeerde keuzes maken, maar meestal met de beste bedoelingen iets moois proberen neer te zetten. Daarom hoop ik dat we in het amateurvoetbal iets vaker naar elkaar omkijken.

Gun de buurman zijn succes. Heb respect voor een trainer die het moeilijk heeft. Geef een vrijwilliger eens een compliment en besef dat achter iedere club mensen zitten die hun vrije tijd erin steken.

Want als we alleen maar blij zijn wanneer het bij ons goed gaat en lachen wanneer het bij een ander misgaat, blijft er uiteindelijk weinig over van de gezelligheid waarvoor we ooit bij een voetbalclub zijn gaan rondlopen.

En SEC dan, Rib?

Ja, ook bij mijn eigen club SEC kijken we natuurlijk naar de stand. Met 4-1 is het niet de start waarop je vooraf hoopt. Daar hoeven we niet moeilijk over te doen. Maar het seizoen is nog lang. Er komen nieuwe wedstrijden, nieuwe kansen en hopelijk ook weer genoeg redenen om samen te lachen.

Ik weet uit eigen ervaring dat voetbal soms een jungle kan zijn. De ene week ben je een geweldige trainer en de volgende week kan niemand begrijpen waarom je ooit bent aangesteld. Daarom heb ik vooral één boodschap voor alle clubs die momenteel in zwaar weer zitten: houd je rug recht, blijf eerlijk en blijf bouwen.

Laat je niet gek maken door mensen die vooral plezier beleven aan jouw tegenslag. En aan iedereen die langs de lijn staat te lachen wanneer het bij een andere club slecht gaat, heb ik nog één vraag:

Als het morgen bij jouw eigen club misgaat, hoop je dan dat de rest van het dorp met je meeleeft? Of geldt sportiviteit alleen wanneer je zelf wint?

Denk daar maandagmorgen maar eens over na als je de voetbalstanden bekijkt. Een beetje zelfreflectie kan geen kwaad. Zelfs niet in de derde helft!

Rib